Het Toonkunstkoor Dordrecht is één van de oudste koren van Nederland. Het koor is opgericht op 19 april 1829.
Toonkunstkoor Dordrecht
Op 19 april 1829 hebben de heren A. Kist en J.C. Schotel, tegelijk met de oprichting van de landelijke Maatschappij tot Bevordering der Toonkunst, een afdeling Dordrecht van de Maatschappij opgericht. De doelstelling van Toonkunst was: het steunen van praktische en wetenschappelijk onderwijs, het in stand houden van plaatselijke zangverenigingen, het stimuleren en ondersteunen van eigentijdse componisten en het bevorderen van de zangkunst.
De Zangvereniging kende roerige tijden Na een dieptepunt van nog maar 8 leden in 1868 groeide de zangvereniging in 1873 naar 169. In de twintigste eeuw waren er ook grote schommelingen, nu in 2014 telt het koor 55 leden.
De eerste dirigent was J.W.M. Ochsendorf die in 1845 werd opgevolgd door F. Böhme, een muzikale duizendpoot. Op 12 januari 1896 zong men voor het eerst de Elias van F. Mendelssohn. In 1879 werd Willem Kes dirigent (het plantsoen voor Kunstmin is naar hem vernoemd) Onder zijn leiding werd o.a. “Odysseus”van Bruch uitgevoerd en in 1884 das “Paradies und die Peri” van Schumann begeleid door leden van de Orchest Vereeniging.
Op 26 maart 1914 voerde het Toonkunstkoor voor het eerst de Johannes Passion van J.S. Bach uit onder leiding van Eduard Erdelmann, ook de Mattheus Passion kwam op het programma, zo wisselden deze Passionen elkaar in de loop der jaren af.
StichtingToBe en de Orchest Vereeniging hebben hun bestaan mede te danken aan het bestaan van de Dordtse Toonkunstafdeling.
De laatste jaren staan vooral in het uitvoeren van vernieuwend werk. Een kleine greep: de 14 Stonden van H. Andriessen, Stabat Mater van Karl Jenkins, werken van Frederico Carcía Lorca en werken van John Rutter.
De doelstelling van 1829 is ook nu nog zeer actueel:
“Staan voor de hoogst mogelijke kwaliteit en het stimuleren van de zangkunst in het algemeen”
Op 1 juni 2008 heeft Ries van der Zouwen de dirigeerstok overgenomen.